Monday, April 17, 2006

Plan Z

Uiteindelijk terug veilig en wel thuis beland... in volle verhuiskoorts, verbouwstress, repetitiedrang en vriendenplezier opgenomen, en terug aan het blikken op mijn reis. Dit was uiteindelijk het traject:
14/01 - 29/01 Mexico
30/01 - 19/02 Guatemala
20/02 - 13/03 Honduras - Nicaragua
14/03 - 23/03 Costa Rica - Panama
24/03 - 13/04 Cuba

Elk land heeft zijn charmes, en ik heb mij geen 5 minuten verveeld; maar de absolute toppers waren La Mosquitia (Honduras) en Santiago de Cuba (Cuba)!

Friday, April 14, 2006

La Habana (Cuba) - the end...

Om 18u kom ik aan in de penthouse van Santana, maar omdat er gereserveerd is moet ik in een andere kamer slapen, bij de onderburen; ik moet een appartement delen met een Zwitser die zich in Cuba heeft gevestigd, en werkt voor een reisbureau... Geen probleem voor mij. Ik ga voor de laatste keer kreeft eten in het lekkere en goedkopen restaurant Hanoi, en daarna iets drinken met een bevriende jonge kunstenaar, Juan Carlos Blanco. Mijn laatste nacht in het buitenland verloopt verder rustig, en ik praat nog een tijdje met de Zwitser over dit geflipte land.

Mijn laatste dag in Cuba regent het bijna de hele dag... Ik check mijn mail, koop nog wat souvenirs, en lees mijn boek op het dakterras van Santana als de zon eindelijk doorbreekt, maar ‘t is eigenlijk gedaan... Hop naar het vliegveld, hop naar Madrid, en thuiskomen, meer zit er niet op...

Thursday, April 13, 2006

Vinales (Cuba) - natuurpracht...

Tegen 20u ben ik terug in Vinales, net op tijd om met de West Vlaamse vriendinnen iets te gaan eten... De stroom ligt uit in het dorp, maar we wagen het erop om uit te gaan eten. Gelukkig is de pizzeria open. We eten pizza van bedenkelijke kwaliteit (wel met kreeft erop!) en worden aan tafel aangesproken door een kerel die beweert de ideale gids voor ons te zijn, en ons aanbiedt het hele natuurgebied te verkennen... We zijn wat achterdochtig als hij terloops doodserieus vermeldt dat hij ook wil trouwen met één van de drie meisjes, maar toch besluiten we met hem in zee te gaan. We eten ons ijs op en spreken af voor de volgende dag.

s’Morgens begeven we ons naar het punt van afspraak, waar onze vriend staat te wachten. Het eerste wat hij ons wil laten zijn is een commune die volkomen autonoom in de bergen woont. Los Aquaticos zijn gesticht aan het begin van de vorige eeuw door een man die er meende heilig water te hebben gevonden, en dit naar eigen zeggen aangetoond heeft door zichzelf te genezen van een ongeneeslijke ziekte...



We trekken een paar uurtjes rond, over de weg, door de velden, de bergen in. Vele zwijntjes en prachtige uitzichten later komen we aan bij Los Aquaticos, de nabestaanden van de stichter van de nederzetting.

Emildio Rodriguez leeft met vrouw en kind in een huisje, voorzien van stroom door een zonnepaneel dat de regering hem geschonken heeft. Hij kweekt zijn eigen groenten en fruit, en heeft een heuse veestapel van varkens, kippen en kalkoenen.
Emildio vertelt over hoe zijn leven eruitziet en schenkt ons een verse kokosnoot. We spelen een spelletje Domino, de dames delen hun meegebrachte kinderkleren uit en zetten zich in de zon terwijl Emildio ons verse kokosnoten en yuca met azijn en peper serveert. Dit is relaxen...


De beesten lopen overal vrolijk rond, het dochtertje van Emildio lacht verlegen, en ik kan zien dat Emildio gelukkig is. Eenmaal per week daalt hij af naar de stad, een afdaling van twee uur, en daarna nog een vijftal kilometers over de straat. Enkele malen per week komt een leerkracht naar boven geklauterd om het kindje les te geven. De man en zijn familie leven in een zelfgemaakt paradijs...





Op de terug weg passeren we langs een tabaksveld waarop een oude man rustig staat te werken. Ik roep hem en vraag of ik eens mag zien hoe de tabak droogt in de schuur die langs het veld staat. Met plezier in de ogen vertelt hij hoe hij de bladeren selecteert en te drogen hangt, gerangschikt in verschillende kwaliteiten. Een mooi beroep, waarbij de man zijn eigen werkritme kan bepalen...

We staan wel met onze mond open als hij vertelt dat hijzelf nooit gerookt heeft. We nemen afscheid van de man en springen, zoals zoveel cubanen elke dag, op een voorbijrijdende tractor die ons de laatste kilometers naar huis voert.




De volgende ochtend spreken we opnieuw met onze gids af voor een tochtje naar de plaatselijke watergrot waar we kunnen zwemmen. Op de afspraak blijkt dat een vriend het gaat overnemen van hem... Voor ons niet gelaten. Luis brengt ons bij de grot, en binnenin is er inderdaad een klein vijvertje met fris water. Bovendien is het pikdonker; chilly skinnydip! Olé!

Tegen 15u neem ik afscheid van de dames, en vertrek met Via Azul naar Havana, mijn laatste trip binnen Cuba...

Monday, April 10, 2006

Maria la Gorda (Cuba) - duikparadijs...

Vier uur later, tegen 8u brengt mijn wekker me weer naar de realiteit. Ik vertrek naar Vinales, een stadje in Pinar Del Rio, een gebied dat bekend staat voor zijn natuurpracht. Met een kater strompel ik in de taxi die me naar de bus voert. In het busstation lig ik op de grond te wachten op de bus als ik ineens Vlaams hoor spreken... West-Vlaams. De bus komt aan en ik stap in en groet Annelies, Hermien en Evelien. Drie meisjes uit de buurt van Kortrijk, ook op weg naar Vinales. De busrit duurt zo’n 6,5 uur en bij ons zitten twee op het eerste zicht minder interessante Duitsers. Ik slaap een beetje bij en praat met de dames, en tegen 16.30u rijden we de vallei van Vinales in. We stappen even uit om foto’s te maken van de prachtige Mojotes, de opreizende rotsblokken waarvoor de streek bekend staat. Aangekomen in de stad settelen we ons allemaal in een casa. Ik ga nog een pintje drinken bij de dames en met de Duitsers, en daarna niet te laat slapen, want de volgende ochtend moet ik er vroeg uit...

Om 7u sta ik aan de bushalte en stap in de minibus naar Maria La Gorda, een speciaal duikersparadijs op een schiereiland, helemaal in het westen van het eiland. Ik kijk er al naar uit... De busrit is op sich al prachtig... Terwijl de zon opkomt boven de vallei terwijl de mist nog tussen de palmen hangt. Om 10u kom ik aan, en om 11u kan ik het water in! Rap omkleden, en hoppa op de boot... Fijne duikspot, onder water vergelijkbaar met Trinidad, boven water een driesterren accomodatie voor de duikers en vogelliefhebbers die in Maria la Gorda overnachten. Er wonen en komen zelfs geen Cubanen op het ganse schiereiland, en ik voel me een beetje in een toeristenval... Gelukkig vind ik in mijn kamer enkele achtergelaten boeken, en schijnt de zon.

Ik installeer me voor de rest van de dag op het strand met een goed boek. ‘s Avonds wacht er een lekker buffet, met uitgebreide dessertkeuze! Dat is lang geleden... Ik geniet met volle teugen, en zit aan tafel met twee oudere Franse vrouwen die voor Arte werken. Beetje bescheten dames, maar toen ik hoorde dat één van hen The Beatles ooit had gezien in Parijs was mijn aandacht toch even getrokken...




De volgende morgen staat er weer een duik op het programma. Voor de vierde keer aanschouw ik de geweldige koraalmuur... De rest van de dag lees ik in mijn boek, en geniet van het lekkere eten. Tegen 17u pikt de minibus mij op, en begint het net te regenen. Tegen dat we goed en wel op weg zijn krioelt de hele weg met rode krabben. Ongelooflijk... We rijden er constant plat, en de gieren feesten achter de van! Ik zou dat wel eens willen ruiken na een uurtje zon op al die smurrie...

Friday, April 07, 2006

Trinidad (Cuba) - gerestaureerd...

De volgende ochtend tegen 6u kom ik dan aan in Trinidad, een pittoresk, gerestaureerd kuststadje, waar de toeristen verzot op zijn... Via mijn contacten in Havana had ik alweer een casa kunnen reserveren, en alweer staat er een persoon mij op te wachten. Ik installeer me, en crash onmiddellijk op mijn bed. Tegen de middag sta ik op en trek naar het strand, op 15 min taxi van het centrum. De taxi rijdt langs een verlaten baai met enkele scheepswrakken terwijl er een bosbrand woedt tegen de bergflanken.


Het strand is prachtig, zoals op een postkaart. Met hier en daar de obligate flik, en overal all-in toeristen van de twee gigantische hotels op de kust. Maar er zijn ook zeilbootjes en surfplan ken te huur... Ik amuseer mij de hele namiddag met watersporten, en bekaf schuif ik ‘s avonds aan tafel voor een sublieme verse kreeft.



De volgende dag ga ik duiken. In de Lonely Planet stond al aangegeven dat er een duikshop was. Ik begeef mij om 9u aan de pier... Niemand, enkel Philly, een Iers meisje dat met mij gereserveerd heeft. We wachten een uur, tot er eindelijk een divemaster en een boot arriveren. Onze twee dives zijn echt mooi, langs een gigantische koraalmuur die 160 meter diep naar omlaag stort, enorm... Verder nog een vette kreeft en the usual koraalviskes gezien. Later op de avond, terug in de casa heb ik nog een interessant gesprek met de familie, over allerlei politieke en economische thema’s in cuba, en de achterlijke Amerikaanse Wetten die het landje in een benarde situatie drukken.

Daarna ga ik met Philly een pintje drinken in de Casa de la Musica. We voelen ons niet echt op ons gemak want overal zitten blanke toeristen; de enige cubanen zijn degenen die er werken... Gelukkig is er in de naastgelegen zaal een 16-jarigen fuif aan de gang; een meisje dat 16 wordt krijgt in Cuba een gigantisch feest. Overal staan er kinderen, jongeren en familieleden te dansen en te lachen, echt aanstekelijk... Een uur of 6 en vele blikken Bucanero later wordt de keet gesloten, en worden wij vriendelijk naar buiten gekeken. Ik denk nog even aan de busrit die me staat te wachten, en val vredig in slaap.

Thursday, April 06, 2006

Santiago de Cuba (Cuba) - terug...

Die avond ben ik tegen 19u terug in Santiago, ik ga eten bij Wuicho; we drinken en zingen weer tot de vroege uurtjes, en moe kruip ik onder de wol in de casa van Daisy en Nelson.

De volgende middag ga ik langs bij Liusito, een goede vriend van Wuicho, die gitaar- bouwer is. Luisito laat mij zijn atelier (een achterkamertje van 2m op 2m) en zijn gereedschap om hout te bewerken. Van een aantal planken maakt hij, volledig met de hand, een gitaar. Dit is ongeveer een maand werk, en kan dus enkel op bestelling. Ik vraag hem naar de prijs, en hij zegt dat hij voor mij voor 100 CUC een handgemaakte requinto (kleine acoustische gitaar) of een tres kan maken. Ik mag monmenteel met fierheid melden dat Luisito voor mij een gitaar aan het bouwen is... Hoe ik die ooit naar België haal en betaal is een zorg voor later :-)

Na mijn bezoek aan Luicito ga ik met Wuicho naar La Escalera, een klein tweedehands boekenwinkeltje in het centrum van Santiago, waar dagelijks lokale muzikanten hun ding komen doen. Vandaag speelt Trio Cubaney, drie Cubanen tussen de 50 en 80 jaar die hartverscheurende classics en eigen composities spelen... Prachtig, ik voel me net Ry Cooder die Buena Vista Social Club ontdekt! Na een fles rum of twee te hebben geledigd met de muzikanten en Eddy, de eigenaar van het winkeltje, gaan we naar een concert voor het Museo Bacardi waar een vried van hem moet spelen. Alweer een staaltje indrukwekkend gitaarspel...

De volgende dag heb ik afspraak bij een andere gitaarbouwer, Gilberto Mendez. Mendez is wereldberoemd, en heeft zelf meegespeeld in Cuba Feliz als zichzelf. Zijn atelier is niet veel groter dan dat van Luicito, maar zijn verhalen over internationale reizen en succes met de grote Cubaanse artiesten zijn op zijn minst indrukwekkend.

Na deze ontmoeting begeef ik me naar het Cemiterio, het kerkhof van Santiago, waar grote cubanen begraven zijn zoals Emilio Bacardi, José Martí, Céspedes en Compay Segundo.

‘s Avonds wordt ik verwacht bij Wuicho voor mijn zoveelste maaltijd bij zijn familie, waarna ik getuige ben van hoe de kleine Carlito de beentjes onder zijn lijf danst op een wijkfeest. Hilarisch!






De volgende ochtend ben ik getuige van een repetitie van de band van Luisito, waarbij Wuicho als bandcoach optreedt. Discipline alom, maar toch een plezant sfeerke. Op straat kom ik een andere gitarist tegen, de 61 jaar oude José Angel García, gitaar-leraar in de muziekschool van Santiago. Hij nodigt me uit om eens langs te komen bij een oefensessie met een student van hem, bij de Hermanas Ferrin, een wereldbekend duo van zusters dat nog meegedaan heeft met het Buena Vista Social Club project. Ik zit er vol bewondering naar te kijken, waarna ze erop staan dat ik iets van mijzelf speel, vermits ik gezegd heb dat ik ook muziek maak... Ik doe dat dan maar, in de volle wetenschap dat die mensen meer muziek in hunnen kleine teen hebben zitten dan ik in mijn hele lijf, maar toch, ik kreeg respect...

Tegen de middag besef ik dat ik dringend een PC nodig heb waar ik mijn foto’s op kan branden. Ik ga een foto-winkel binnen en vraag om hulp, waarop de bediende zegt dat hij me niet kan helpen... Gelukkig staat er in de zaak een amateur fotograaf die mij wil helpen. Hij neemt mij mee naar zijn huis, waar de onderdelen van een PC opeengestapeld staan. Hij zet de hoop electronica aan, en het schem floept aan met Windows XP. Op 5 minuten heb ik een schijfke, voor 5CUC. Allemaal illegaal gerief, en de jongen straalt als een fiere pauw bij zijn gerief. Hij vraagt of ik de volgende keer een harde schijf kan meenemen, ik zeg dat ik mijn best zal doen...

Een uurtje later spreek ik af met Wuicho en Luisito voor een laatste drink, alvorens ik Santiago definitief verlaat. We nemen hartelijk afscheid bij het ledigen van een fles rum, waarna ik mij besef dat ik mijn bus moet halen om 19u... Door de regen met mijn rugzakken achterop een motor rush ik in een plezante rumroes naar het busstation, waar ik juist 5 minuten voor tijd aankom... Maar goed dat ik mijn ticket al heb gereserveerd! Adios Santiago!

Sunday, April 02, 2006

Baracoa (Cuba) - idyllisch...

De volgende dag vertrek ik met de bus naar Baracoa, één van de meest ongerepte kustgebieden van Cuba. Het is een rit van 5 uren over een prachtige bergroute, langs Guantanamo tot aan het uiterst oostelijke punt van Cuba. Bij aankomst wachten er horden stromannen met aanbiedingen voor een casa particular. Ik pik er de goedkoopste uit, en laat mij begeleiden naar mijn kamer. Het blijkt een gezellig huisje met een lieve familie met twee (beeldschone) dochters; het kan erger! Nadat ik geïnstalleerd ben trek ik nog even naar het strand, dat uit zwart zand blijkt te bestaan; dat is nieuw voor mij! Na een frisse duik in de stevige branding maak ik kennis met een aantal vriendelijke Cubaanse jongeren, die mij uitnodigen om uit te gaan in een locale discotheek... Later op de avond, met redelijk wat Bucaneros in mijn lijf laat ik me weer overhalen om te dansen; Salsa, Rumba, Raggaeton, HipHop, Reggae, op alles wordt er in El Ranchon gedanst tot als de zon opkomt...

Op 1 april huur ik een brommer, om de nabijgelegen, ongerepte kuststrook te bezoeken. De scooter is een soort blits johnny-model, met dikke kleine bandjes, en redelijk snel; ik haal tot 60km/h ermee!


Ik trek eerst naar Playa Maguana, naar verluid één van de mooiste stranden van Cuba. Het inderdaad een prachtig strand, met zeer weinig toeristen, tot er ineens out of the blue een grote bus op het strand stopt, en er een stroom toeristen zich installeert op het strand... Tja, wat wilt ge met zo een strand... Ik zwem wat en lees wat in het zonnetje, en trek dan verder met mijn scooter naar de monding van de Yumuri, een rivier die een prachtige canyon aan de kust heeft gevormd.



Het is een prachtige omgeving, en de weg langs de kust biedt een prachtig zicht op El Yunque, een opvallende afgeplatte berg die boven de kustlijk opreist als een gigantische tafel. Op mijn terugweg naar Baracoa ontmoet ik een aantal lokale strandbewoners. Ze leven in een hut tussen de palmen op het strand en werken op cacao- en koffieplantages.

Ze geven me een korte rondleiding door de plantages (ik proef verse, zoete cacaovrucht) en ze schenken mij heerlijke verse chocomelk. Ik koop wat cacao en koffie voor thuis, en neem alweer afscheid. Ineens is het pikdonker, en begint het nog te regenen ook, maar gelukkig geraak ik heelhuids aan mijn casa, net op tijd voor een lekkere portie vers geitenvlees... De rest van de avond heb ik een gezellige babbel met moeder en dochters, en ik ga vroeg slapen.


De volgende ochtend sta ik op tijd op om naar de Cueva de Aguas, een grot met water, te rijden met een vriend van de familie die mij de weg zal wijzen. Samen op de scooter tuffen we een uurlang door de bergen, voorbij kleine dorpjes en de prachtige baai aan de monding van de Rio de Miel. Pasquale blijkt een vriendelijke, ietwat timide kerel te zijn die eind jaren 80 nog als vrijwilliger in Angola heeft gevochten tegen de apartheid. Zijn angst achterop mijn scooter doet mij wel vermoeden dat het eerder op de ziekenboeg zal geweest zijn dan aan het front... Aangekomen bij de grot daalt de gids (tevens eigenaar van de grond) met mij af naar het water, enkele meters dieper. De gids is zó onder de indruk van mijn hoofdlampje, dat ik het hem als geschenk aanbied. Na een frisse plons in het water keer ik terug naar Baracoa, om mijn scooter terug binnen te brengen, en om de bus terug naar Santiago te halen...

Friday, March 31, 2006

Santiago de Cuba (Cuba) - de oorsprong...

Santiago de Cuba is niet alleen de thuisstad van de grootste Cubaanse muzikanten uit de geschiedenis, zoals Compay Segundo, Miguel Matamoro en Nico Saquito, maar tevens ook de bakermat van de Cubaanse revolutie. Zo werden de Amerikanen en Spanjaarden verslagen in de zeeslag in de baai van Santiago in de vrijheidsstrijd van 1898 en eind jaren ’50 zaten Fidel en Ché in het bergmassief van de Sierra Maestra vlak langs Santiago, om hun revolutie voor te bereiden. Bovendien was de stad de eerste hoofdstad van het land, en staat er het oudste gebouw van het land, de residentie van de Spaanse gouverneur Diego Velasquez... Het belooft een interessante stad te worden.

Bij aankomst in Santiago om 10u 's morgens wordt ik door een taxi afgehaald, en afgezet aan een casa particular die ik gereserveerd had via Eri vanuit Havana. De eigenaars, Daisy en tocayo (naamgenoot) Nelson blijken vriendelijke rustige mensen te zijn, waarmee het fijn praten is. Na een lekker ontbijt met vers fruit en spiegelei, leg ik me nog een paar uurtjes te rusten in mijn bed... In de namiddag wandel ik eens door de stad en wordt om de vijf minuten aangeklampt voor een zeepje of een pen als ik loop rond te kijken en foto's te nemen. Ik raak met heel wat vriendelijke (en minder vriendelijke) mensen aan de praat, en uiteindelijk blijf ik een tijdje rondhangen met Salvador, een zestiger die goed Engels praat, en mij Spaans wil bijleren. We praten een hele tijd, en hij vertelt dat hij voeger als gids heeft gewerkt in de stad... Ik geloof er niet veel van, maar als hij me aanbiedt de belangrijkste monumenten van de buurt damen te bezoeken, zodat hij uitleg kan geven, zeg ik dadelijk OK. Wat ik daarvoor betaal zien we later wel...

Zo bezoeken we die avond de belangrijkste parkjes van de stad, enkele bars met live son-muziek, en een paladar waar ik een heerlijke kreeft eet. Kreeft is in Cuba op vele plaatsten goedkoop (natuurlijk dikwijls ilegaal) te verkrijgen. Ik betaal en spreek met Salvador af om de volgende dag de tour verder te zetten.

De volgende ochtend staat Salvador me op te wachten in het Parque Cespedes, en we nemen een taxi naar het Castillo del Morro. Deze 17de eeuwse vestiging aan de baai van Santiago moest de piraten en veroveraars op een afstand van de stad houden. El Morro wordt beschouwd als de best bewaarde vestiging in het ganse Caraïbische gebied. Salvador leidt mij als een echte gids rond in het museum dat de geschiedenis van de grote onafhankelijkheidsstrijd van 1898 vertelt. Het zicht vanuit het kasteel op de Sierra Maestra, waar Fidel eind jaren ‘50 versholen zat met zijn troepen, is indrukwekkend.

Op terugweg naar de taxi hoor ik live muziek vanuit het restaurant. Een trio is aan het oefenen voor hun dagelijkse show. De muzikanten zijn technisch zeer sterk, het is duidelijk dat dit professionele muzikanten zijn... Ik begin met hen te praten, en al snel blijkt dat de gitarist Wiucho familie heeft in België; zijn ex-vrouw en dochter wonen in Hoeselt, op 20 minuten van Hasselt. Hij is in de wolken, en vraagt of ik geen pakketje voor zijn dochter kan meenemen naar België. We spreken af dat ik de volgende dag bij hem kom eten, en dat hij me dan zijn pakketje kan afgeven...

Ik vertrek met Salvador terug naar het centrum, en we bezoeken samen het Museo Emilio Bacardi (een soort natuurhistorisch museum met een aantal eigenaardige stukken zoals een gekrompen hoofd van de Amazone-indianen, een Egyptische mummie, één van de eerste (houten) torpedo's en een collectie van relikwieën van een aantal vooraanstaande vrijheidsstrijders) en het Museo del Carnaval (waar een Afro-Cubaanse dansvoorstelling wordt gegeven). Die avond eten we alweer kreeft en scampi's in een paladar. Daarna ga ik met Salvador nog een biertje drinken op een terrasje, en neem ik afscheid mijn uitstekende privé gids...

De dag erop bezoek ik het geboortehuis van Frank Pais Garcia, de organisator van de ondergrondse beweging van de revolutie. Na een interessante rondleiding (bol van de propaganda) mag ik uitzonderlijk een foto maken in het museum! Daarna bezoek ik de prachtige kathedraal van Santiago en trek naar het huis van Wuicho voor onze afspraak.

Ik leer zijn vrouw Alina, hun geweldig zoontje Carlito en diens halfbroer Eduardo kennen. Wuicho geeft mij zijn pakketje, Alina kookt een heerlijke avondmaal, Carlito staat te dansen, Wuicho haalt zijn gitaar boven, en tot in de vroege uurtjes drinken, praten en zingen we samen; meer hebben we echt niet nodig voor een fantastische avond. Het strafste van al is dat deze mensen echt geen geld aanvaarden als ik voorstel in de kosten te delen, en dat terwijl ik weet hoe moeilijk ze het hebben... Ze leggen me uit dat niet iedereen in Cuba zijn armoede uitwerkt op de toeristen, en dat er ook nog echte "amistad" of vriendschap bestaat...

Tuesday, March 28, 2006

La Habana (Cuba) - schok...

"Eindelijk in Cuba" was mijn allereerste gedacht ik toen ik aankwam... Ik heb zo uitgekeken naar dit land, al wist ik niet goed waarom. Mijn aankomst in Havana is al meteen een duidelijk signaal dat het niet zo simpel zal worden: alles wordt gecontroleerd. Ik wordt om 1 of andere duistere reden uitgekozen om mijn rugzakken volledig binnenste buiten te keren. Drie kwartier later kan ik gaan... Een taxi oppikken aan de uitgang van de vlieghaven blijkt geen probleem, de prijs daarentegen wel: 25 CUC (naast de officiele munt Peso Cubano bestaat de sterkere munt CUC, de Cubaanse Pesos Convertibiles, gelijkwaardig aan de USD). Dus dan maar wat lotgenoten zoeken...

Een uurtje later, na een rit over de grote autostrade (waar rond elk kruispunt tientallen mensen staan te liften in het midden van de straat) worden we afgezet aan het Parque Central. Nog geen minuut later staan er al twee jonge gasten langs mij om te vragen of ik geen "casa particular" zoek om te overnachten. Ik zeg dat ik efkes ga rondkijken voor de goedkoopste optie, een jeugdherberg ofzoiets, waarop de twee beginnen te lachen... In Cuba zijn er blijkbaar enkel luxe hotels, meestal enkel toegankelijk voor toeristen, en casas particulares. De eerste optie kost minstens 50 CUC, terwijl een casa (een kamer in een huis bij particulieren) al kan vanaf 25 CUC. Damned, serieuze streep door mijn rekening. Ik ben ondertussen gewoon om tussen de 2 en 10 USD voor een bed te betalen... Ik blijf wat wantrouwig staan tegenover mijn twee nieuwe amigo's, maar besluit mij toch door hen te laten begeleiden naar een casa... Na enkele omzwervingen langs een aantal casas die al volgeboekt zitten, beland ik uiteindelijk bij Eri, een vriendelijke, goedgeluimde en rustige Cubaan van een jaar of 35. Hij heeft een kamer, en na wat gepingel krijg ik een deal waar ik niet nee kan tegen zeggen: ontbijt en bed voor 25 CUC. Olraait... Mijn twee amigo's, de ene noemen ze El Chino en de andere is duidelijk zijn sidekick (ben zijn naam vergeten), nodigen mij daarna uit om bij hen te komen eten tegen een zacht prijsje.

Het duo wacht tot ik gewassen ben en daarna nemen ze mij naar het huis van El Chino. Ik ontmoet zijn vader, zijn broer, zijn vrouw en zijn twee kinderen. Het is allemaal zeer hartelijk en interessant, de rum vloeit, en de muziek (reggaeton) staat keihard... Voor ik het weet heb ik eten en drank betaald voor het hele gezin, en zit ik met hun aan tafel. Na nog wat glaasjes rum besluit ik stillekes te vertrekken omdat ik moe ben, en het al laat ik geworden. Ik spreek af voor de volgende dag, en neem afscheid.

De volgende dag bezoek ik het Museo de la Revolucion. De revolutie is de rode draad doorheen Cuba, en de helden van de revolutie (de bekendste zijn zonder twijfel Ché en Fidel) worden in het ganse land toegejuichd. Dus ik bedenk dat het wel eens interessant kan zijn de geschiendenis van de revolutie te leren.

In het kort komt het erop neer dat de revolutie de Cubanen bevrijd heeft van de dictatuur van Batista. Batista was een president die op goede voet stond met de Amerikanen, die Cuba konden gebruiken als gokstad en als draaischijf voor handel en misdaad, terwijl de arme Cubaanse bevolking werd verwaarloosd. Fidel Castro werpt Batista en zijn regering op 1 jan 1959 omver en sindsdien is de "la revolucion" aan de macht in Cuba. In de praktijk is de revolutie een vorm van ver doorgedreven socialisme, dus eigenlijk communisme. Er zijn twee rechtstreekse gevolgen van dit communisme van Fidel, een positief en een negatief. Het positieve is dat er niemand in het land honger leidt (iedereen krijgt een minimum aan voedsel om rond te komen van de staat), dat de opleidingen gratis zijn (zeer veel mensen in Cuba hebben gestudeerd en zijn dokter, advokaat of ingenieur) en dat de gezondheidszorg gratis is (dokters, hospitaals en medicamenten zijn volledig gratis). Mensen die geen huis kunnen betalen krijgen zelfs een dak boven het hoofd van de staat.
Het tweede gevolg echter is dat geen enkele Cubaan enige vorm van persoonlijke vrijheid heeft in Cuba; bijna alles is verboden (een privé zaak opstarten mag niet, een politieke partij beginnen mag niet, internet thuis hebben mag niet, een nieuwe auto kopen kan niet, vandaar dat alle auto's die er zijn rijdende worden gehouden,...) en alles wordt gecontroleerd door de politie (in letterlijk elke straat van Havana lopen er meerdere flikken rond). Mensen mogen het land niet verlaten om te emigreren, en buitenlandse investeringen worden gemijd. Vermits praktisch alle bedrijven en winkels in Cuba van de staat zijn, en dus iedereen eigelijk een soort ambtenaar met een vast loon is, is er ook geen echte drijfveer om hard te werken. De lonen die worden uitgekeerd zijn ook extreem laag: een leraar verdient ongeveer 17 USD per maand. Het gevolg van dit alles is dan weer dat er in het algemeen twee soorten mensen zijn op Cuba: zij die tevreden zijn (meestal oudere mensen die beseffen hoe slecht het ervoor was, en die blij zijn met de voorzieningen) en zij die meer willen (meestal ambitieuze, eerder kapitzalistische jongeren die zich spiegelen aan de Amerikanen, en graag vrij willen zijn om te werken of te emigreren naar betere oorden). Vele van die jongeren worden uiteindelijk uit verveling of miserie "jinentero". Dat zijn lui die toeristen met allerlei mogelijke ilegale manieren proberen geld te verdienen (zwarte handel in souvenirs, sigaren en rum, bedrieglijke relaties met en overvallen op toeristen). Natuurlijk zijn er ook mensen die inzien dat er een soort tussenweg moet bestaan tussen het idealistische communisme van Fidel en het roekeloze liberalisme van de USA, velen dromen van een land zoals Zweden, Zwitserland of België, landen met een sterke socialistische basis, maar wel een vrije economie... Misschien hebben we het nog zo slecht niet in ons klein landje...

Swat, na het museum trek ik terug naar het huis van El Chino om te gaan eten. Na het eten en een paar glazen rum worden tafels en stoelen aan de kant geschoven om te dansen... Het is blijkbaar de verjaardag van een van de vriendinnen van El Chino! Na een uurtje staat er zo'n 15 man in en rond het huis om te feesten en te dansen... Iedereen kan hier dus dansen als de beste, en ik sta daar maar wat te draaien. Ik wordt langs alle kanten vastgepakt en rondgedraaid, en ik moet toegeven dat ik het wel plezant vond! Tegen middernacht vertrek ik, samen met El Chino die met mij een bicitaxi (fiets-taxi) neemt naar mijn casa. Honderd meter verder worden we tegengehouden door de politie omdat mijn amigo geen licensie heeft om met toeristen om te gaan... Ter bescherming van de toerist (en waarschijnlijk ook om de kans op emigratie te minimaliseren) mag niemand contact hebben met toeristen, tenzij men een speciale vergunning heeft, zoals uitbaters van een casa particular of toeristische gidsen.

De volgende dag bezoek ik het Museo del Ron, het museum van Havana Club. Daarna passeer ik terug bij El Chino, en hij stelt me voor aan zijn vader. Deze blijkt de Padrino (The Godfather) van hun Afro-Cubaanse gemeenschap te zijn. Ik vraag meer uitleg, en onmiddellijk worden er foto's bovengehaald die mij allerhande taferelen laten zien, met Padrino als ceremoniemeester: bloederig ritueel slachten van kippen, het aanbidden van afgodsbeeldjes (Orishas), en opzwepend gedans waarbij het werk op het veld van de zwarte slaven wordt uitgebeeld... De rest van de avond staat in het teken van de verjaardag van een vriendin van de familie. Na het eten worden de tafels en stoelen aan de kant geschoven, en voor ik het weet staat er 15 man te dansen in en rond het huis van El Chino. Na een halfuur sta ik zelfs te shaken tussen de rest, wat de rum toch niet met een mens aanvangt... Die nacht trek ik met pijnlijke voeten naar huis voor een welverdiende nachtrust.

De volgende dag kom ik op straat Flora tegen, een Zwitsers meisje dat ik op het vliegveld heb leren kennen. Ze vertelt dat ze in een geweldige casa zit, de penthouse van een flatgebouw, voor maar 25 CUC per nacht. Als ik bij haar kom slapen (in een apart bed, welteverstaan) betalen we ieder de helft...

Ik twijfel niet, en ga mijn spullen pakken bij Eri, en verhuis naar het huis van Santana. Inderdaad, niet gelogen, dit is echt de beste casa die ik mij kan inbeelden! Een prachtig koloniaal ingerichte penthouse op de 9de verdieping van een oud gebouw in Centro Havana, met uitzicht over de stad en de zee... Prachtig!

De rest van de dag maak ik een grote wandeling doorheen de stad, door Havana Vieja, Centro Havana en Vedado. Ik passeer langs het bronzen, levensechte beeld van John Lennon op Parque Lennon,...



...langs het bosrijke Parque Almendares,...



...en terug naar het centrum over de Malecon, de kilometers lange zeedijk van de stad...








Daarna ga ik mij eens gastronomisch verwennen in La Fontana, een paladar (privé restaurant) die in mijne Lonely Planet hoog aangeschreven wordt. T'is inderdaad de moeite: de calamares, het lamsvlees een het puddingske gaan er vlot in en met een voldaan gevoel geniet ik van het nachtelijke uitzicht over de stad vanop de penthouse

Mijn voorlopig laatste dag in Havana spendeer ik in het centrum, rond het Parque Central met haar prachtige hotelgebouwen, en het Capitolio (een iets grotere replica van het exemplaar in Washington).

Vlakbij ligt ook de sigaren- fabriek van Partagas waar volgens de
gids de beste sigarenrollers ter wereld de beste sigaren ter wereld rollen (echter niet op vrouwendijen). Spijtig dat ik daar geen foto's van mocht maken...



De rest van de namiddag spendeer ik op het dakterras van de penthouse. De zoon van de eigenaar, Samuel, blijkt een verwoed duivenmelker te zijn. Fier laat hij mij zijn volledig zelf gebouwde duivenkot zien. Hij kweekt drie verschillende soorten duiven, doet mee aan wedstrijden en verkoopt er... Samuel vertelt me hoe hij de mannetjesduiven (doffers?) één voor één laat uitvliegen, in de hoop dat ze een vrouwtjesduif mee naar huis lokken, die hij dan met een zelfgebouwde val vangt om te verkopen. Interessant...


Om 20u stap ik dan op de nachtbus naar Santiago de Cuba, aan de oostkant van het eiland, een trip van 14u. Gelukkig blijkt de bus een goed uitgeruste luxe coach, een welkome afwisseling na 2 maanden van rondreizen in afgesleten schoolbussen. We krijgen zelfs een schamele sandwich met hesp en een blik Cubaanse nep-cola...

Friday, March 24, 2006

Panama City (Panama) - werelds...

Na het relaxte sfeertje van Bocas heb ik mezelf in de grote stad gewaagd: Panama City. Vanuit het vliegtuig nog wat kunnen genieten van het zicht over de archipel van Bocas del Toro, en een uurtje later geland in Panama City... Wat een contrast! De stad is een echte metropool, en aankomen in de avond om dan een hotel te zoeken is geen sinecure...

Na een helse rit met een aftandse taxi, terwijl de chauffeur (zoals bij Natalie en Lieven) van toeten of blazen weet, en een fikse wandeling met mijn rugzak van hot naar her, waarna het zweet van mijn lijfke druipt, beland ik uiteindelijk in een goedkoop en deftig hotel, met zwembad op het dak, yihaa! De eerste avond nog een frisse duik genomen, en genoten van het uitzicht over de stad...



Het eerste wat ik de volgende dag wil zien is natuurlijk het Panama-kanaal. De dichtstbijzijnde sluizen zijn de Miraflores locks op 12 km van de stad. Vlak naast de sluizen is er ook een museum waarin de geschiedenis van het kanaal wordt verteld... Tienduizenden arbeiders (waarvan er meer dan 5000 sterven door allerlei ziektes en accidenten) hebben, eerst voor de Fransen, en daarna voor de Amerikanen, vanaf 1880 gewerkt aan het kanaal... Meer dan 250 miljoen kuub grond en rotsen zijn uitgegraven wanneer in 1914 de eerste doortocht door het kanaal wordt gemaakt.

Later op de avond ontmoet ik een vriendelijke Panamees, Armando, die mij zijn stad wel wil laten zien. Dezelfde avond nog belanden we in een buurt waar buitenlanders best niet allen rondwandelen, zegt hij, maar met hem ben ik veilig, dacht hij... Blijkbaar was er net een nieuwe bende op straat, waarvan een lid hem komt vertellen dat ze de dinero van de gringo (mij dus) willen. Omdat Armando dit niet wil toestaan, zoeken we asiel in het huis van een bevriende familie, en samen met de moeder en de broer wordt ik uit deze buurt begeleid... Dat was efkes zweten, maar uiteindelijk dus no prob...

De dag erop geeft Armando (samen met zijn dochtertje Lisa) mij een persoonlijke rondleiding door Panama City... Feitelijk niet echt een indrukwekkende ervaring, eerder een relaxte wandeling, met af en toe een hapje eten, een ijsje, een drankje; gewoon gezellig. Het meest bezienswaardige was Panama Vieja, de ruines van de eerste vestiging van de stad, met onder andere de restanten van kerk en klooster Santa Domingo...

Mijn derde dag in Panama spendeer ik volledig aan het zoeken naar een vlucht vanuit de stad naar mijn laatste bestemming, Cuba... 30 € armer en een ticket rijker, neem ik een laatste frisse duik in het zwembad op het dakterras van mijn hotel, en bereid ik mij mentaal voor op de laatste weekjes van mijn reis, die ik zal doorbrengen op het eiland van Fidel...

Monday, March 20, 2006

Bocas del Toro (Panama) - waterpret...

Op naar Panama! Vanuit Puerto Viejo vertrek ik dan op 16 maart naar de grens in Sixaola. De overgang is alweer typisch Centraal Amerika: een oud hok als grenspost voor Costa Rica, de een oude verroeste brug over de rivier Sixaola; de fysieke grens, en een ander oud hok als grenspost van Panama.

Eens over de grens wordt ik weer fameus afgezet door de taxistas: 25 USD voor een halfuurtje taxi (terwijl ik daarna hoor dat 5 USD zou moeten volstaan). Maarja, wat doet ge als ge daar staat, helemaal alleen, gans bezweet en zonder veel goesting om te negociëren, tegenover drie taxistas die allemaal "30 Dollar" staan te roepen... Ik was al blij dat ik er 5 Dollar kon afpitsen!

Swat, de bootrit die erop volgt kost 5 dollar, en is alweer te gek! Een uur lnag, van Changuinola tot Bocas del Toro, doorheen riviertjes en een stuk op de kust (een beetje zoals de rit van Iriona naar Palacios)... Bocas del Toro is de hoofdstad van de gelijknamige provincie, die voornamelijk uit eilanden bestaat.

Ik arriveer in Bocas Del Toro tegen dat de zon ondergaat (zoals altijd rond 18.00u), en blijkbaar heb ik de verkeerde moment uitgekozen om een hotel te zoeken op het eiland... Alles is ofwel volzet, ofwel ver boven mijn budget! Net zoals Natalie en Lieven, beland ik op Bastimentos, een eilandje dat op 10 minuutjes met de watertaxi van Bocas ligt. Daar vind ik, samen met een gezellige Israeliet die met mij op de taxiboot zit, een gezellig en schappelijk geprijsd hotel. Na een frisse douche, en een portie calemares con salsa caribeña leg ik me in bed, en val direct in slaap...

De volgende dag is het de hele dag bewolkt en winderig, en ik loop een beetje rond op Bastimentos en breng een bezoekje aan Bocas del Toro. Na een lekkere maaltijd en een frisse pint Balboa, ga ik vroeg mijn bed in, en maak wilde plannen voor de volgende dagen...


Gelukkig is het prachtig weer de volgende ochtend: een frisse bries, en een knallende zon! Perfect zeilweer, zou pap zeggen, en ik daar profiteer ik dan maar van... Samen met een zestal andere toeristen trek ik er een dagje op uit in een catamaran. De boot is van en wordt bestuurd door Duitser, Marcel, die al zes jaar op Bocas woont en leeft van zijn prachtige boot.




Marcel (aan boord met zijn zijn zoontje Colin) maakt het ons uitermate gezellig: frisse pilsjes aan boord, een gezellig muziekske op de achtergrond, diverse haltes op de beste snorkelplekken in de archipel, en verse ananas op het dek...



Natuurlijk mogen de vrijwilligers ook een stuk zelf aan het roer staan... zo moet het voelen om te stinken naar het geld! Het snorkelen is inderdaad prachtig: aan de rand van de mangrove-eilandjes tussen de prachtige koraalriffen zwemmen duizenden mooie visjes... Had ik maar een onderwatercamera gekocht (ja Zeger, ik weet het, ge had het nog gezegd), en iets meer zonneolie op mijn schouders gesmeerd (ja mam, dat hebt ge me toch geleerd), verder geen klachten. En de voorspelling van Marcel dat we dolfijnen zullen zien, komt op de valreep uit... Zoek de dolfijn op de foto!



De volgende dag is alweer een mooie zonnige dag voor wat gecontroleerde waterpret: duiken! De diveshop waar ik mij informeer, weet me te vertellen dat er vandaag een portie wreck-diving op het programma staat. Dat moeten ze me geen twee keren zeggen! Een paar uur later bevind ik me op de bodem van de archipel, op 20 meter diepte, langs het wrak van een kleine ferry die een tijd (enkele jaren?) geleden gezonken is... Volledig begroeid met schelpen, algen en koralen in allerlei kleuren... echt schitterend! Alweer ben ik vergeten een onderwatercamera te kopen, maar met een beetje geluk sturen Jackie en John uit Canada mij hun foto´s door (please!)... Terug aan land ga ik mij direct een onderwatercamera kopen voor de tweede duik van de dag (zonder wrak, maar boven een prachtig koraal), waarvan dus later zeker enkele foto´s (indien gelukt)... spijtig genoeg is de visibiliteit iets minder omdat de zon achter de wolken zit, maar toch, duiken is en blijft een geweldige belevenis!

Puerto Viejo (Costa Rica) - regenachtig...

Vanaf Isla de Ometepe is het maar een kleine stap naar Costa Rica, een uurtje boot (de boot die ik al driemaal genomen heb...) en dan drie kwartier taxi van Rivas tot Peñas Blancas op de grens. Aangekomen aan de grens kom ik dankzij een beambte tot het besef dat ik in Leimus (de grensovergang tussen Honduras en Nicaragua in La Mosquitia) geen entry stamp heb gekregen, en nu ik eraan terug denk: inderdaad, daar was enkel een immigratiekantoor van Honduras... Stommiteit van jewelste natuurlijk, enige optie is terugkeren naar de hoofdstad Managua, om aldaar een stempel te halen... Na enig gepalaver blijkt (natuurlijk) dat ik ook kan betalen: 53 USD down the drain, en een les geleerd! Vanuit de grenspost van Nicaragua is het dan nog een kilometer stappen naar de grenspost van Costa Rica, en op die kilometer verstuik ik dan nog eens mijne enkel, en moet ik een uur in de rij staan voor een stempel... Bovendien kom ik tot de conclusie dat er geen bussen meer rijden naar de volgende grote stad (Liberia), en ik dus nog maar eens 25 USD kan neerleggen voor een uur taxi... Bad vibes alom: op een uur tijd ben ik evenveel geld kwijt als op twee weken Guatemala en mijne voet doet pijn...

Swat, die nacht in Liberia word ik al direct geconfronteerd met the way of life in Costa Rica: Burger King, Food Malls, banken overal en iedereen spreekt Amerikaans... Tziet eruit als een vakantieoord voor rijke Noord Amerikanen, en ik besluit dan maar ne Whopper te steken, en het land zo rap mogelijk te passeren.

De volgende dag neem ik de bus naar San José, waar ik overstap naar Puerto Viejo, een kuststadje aan de Caraibische Zee. Na een hele dag bus beland ik in een uitgeregend beach-resort voor surfers. De volgende morgen is het weer niet beter, en ik blijf de hele dag rustig hangen in een hangmat (onder een afdak) met Anna Karenina. Mijne voet voelt veel beter, en de volgende dag voel ik me terug helemaal in orde om iets zinnigs te doen.

Gelukkig schijnt de zon terug, en ik huur een fiets en rij naar Manzanillo, een gezellig, rustiek dorpje met prachtige stranden, en naar verluid ideaal snorkel gebied. Het snorkelen viel wat tegen (zeker na de Bay Islands), maar het strand ziet er perfect uit... Tot zover Costa Rica!

Monday, March 13, 2006

Fence newsflash - Locked Up video out now!

Efkes back to reality... We hebben met Fence (voor het vertrek van Lieven en mijzelf) nog een vette clip opgenomen met videomeester Toon Aerts! Het resultaat valt te downloaden via onze site og MySpace site (zie onder links), of te bekijken via YouTube

Gelieve ook massaal te stemmen voor de single Locked Up StuBru Afrekening en Humo´s Top 20!! Dank bij voorbaat...

Granada & Isla De Ometepe (Nicaragua) - op het gemak...

Ola amigos! Aangekomen in Granada, in hotel Oasis (zelf noemen ze het een "backpackers paradise", en daar is iets van: zwembad, gratis internet, gratis video/DVD/TV, hamaccas en zeer goede bedden, en dat alles voor minder dan 5 EURO per nacht...), plof ik neer op mijn bed, en begin aan een helse nacht... Blijkbaar heeft de terugreis vanuit La Mosquitia mijn tere lijfke geen goed gedaan: 's nachts weet ik niet of ik moet knielen voor of zitten op de pot; het vocht spuit langs alle kanten uit mijn lijf en ik doe bijna geen oog dicht... Efkes vrees ik dat ik eraan ga, maar gelukkig voel ik mij de volgende dag toch terug ne mens... Ene zonder veel energie weliswaar, dus ik spendeer de ganse dag in een hangmat, dobberend in het zewmbad(je) of on-line (de faciliteiten van Oasis zijn een ware zegen op zo een dag!).

Om wat beweging te hebben, ga ik toch maar een uurtje wandelen door Granada, maar de overdosis aan toeristen maakt dat het prachtige, kleurige stadje met haar gezellige parque central weinig indruk op mij maakt...

De volgende dag voel ik me weer iets beter, en vertrek ik naar Isla de Ometepe, op een uurtje of twee van Granada. Ometepe is een vulkaan-eiland in een gigantisch meer, Lago de Nicaragua, het grootste meer van Centraal Amerika (150 km lang!), dat verbonden is met de Caraïbische zee. Continu waait er een stevige bries, en de golven op het meer vertonen daardoor schuimtoppen zodat het echt wel op een zee lijkt! Het eiland bestaat uit twee vulkanen (Conception en Madera), verbonden door een gedroogde lavastrook... Ik vestig mij voor twee dagen aan een tot hostel omgebouwde finca (plantage), vlakbij Charco Verde, een lagune waar het fijn zwemmen en relaxen is. Ik had graag één van de vulkanen beklommen, maar gezien mijn zwakke gezondheid en algemene slapte van de laatste dagen, besluit ik de dagen wijselijk te vullen met lezen, wandelen langs het strand, wat fietsen en zwemmen in het meer... De derde dag vaar ik met de ferry terug naar het vasteland, alwaar ik in Rivas via mail verneem dat Natalie en Lieven net vertrokken zijn met de boot vanuit San Carlos naar Isla de Ometepe! Ik dus terug de boot op, om ´s nachts mijn goede vrienden te ontmoeten in het stadje Altagracia op het eiland! Enkele pintjes later liggen we te knorren, om de volgende dag een fijne wandeling op het eiland te maken... De hele tijd hebben we een geweldig zicht op de vulkaan Conception, waarvan de (actieve) krater de ganse tijd omringd is door een wolk die continu van vorm verandert...



We bekijken een "respirador" (een soort ademgat voor van één van de vulkanen, dat we ons na de uitleg van de gids voordien iets spectaculairder hadden voorgesteld) waar continu lucht doorstroomt,...
...en we gaan nog wat relaxen aan Ojo de Agua, een soort bassin, gebouwd op een bron, waaruit het helderste water opborrelt, en waar we lustig kunnen dobberen en some good old waterpret beleven met een slingerkoord! Joepie! Olé!



Vermits we in Altagracia uit hotel Castillo gesmeten worden voor een "equipo de béisbol" die de zaak heeft afgehuurd, stelt de hotelbaas voor dat we naar een ander gezellig, vlak aan het strand liggend hostel gaan. Na een busrit van meer dan een halfuur over een weg die mij doet denken aan de hel tussen Puerto Cabezas en Managua, belanden we in een doodse, half afgewerkte hospedaje, waar we op de grond kunnen slapen in een hut en waar niks te eten of te zien valt... We zijn duidelijk in ´t zak gezet door de nochtans vriendelijke mensen van Hotel Castillo... Na wat vijven en zessen belanden we uiteindelijk terug in de finca waar ik eerder al zat, nog net op tijd om een frisse duik te nemen, en de zon te zien zakken in het meer... Na het avondmaal drinken we, vóór onze eigen cabaña, onze laatste avond samen weg met een fles Flor De Caña, terwijl we vertellen en luisteren naar elkaars reiservaringen. Natalie en Lieven, bedankt voor de good times en de rum, y buen viaje!

Wednesday, March 08, 2006

La Mosquitia (Honduras) - wild...

Zoals gezegd, op naar La Mosquitia (oftewel the Mosquito Coast, oftewel de Muskietenkust)! De naam komt niet van de ambetante beestjes die daar even welig tieren als in de rest van Centraal Amerika, maar van haar inwoners, de Misquita (misschien dat zij hun naam wel ontlenen aan voorgenoemde beestjes, daarover heb ik geen uitsluitsel). Op de voorlaatste dag van mijn verblijf op Utila kom ik Giacomo "Peter" Prete tegen op de straat, één van het groepje waarmee ik aan Lago de Atitlan La Nariz heb beklommen (trouwens een echte Italiaanse pizzero!). Hij loopt te peinzen over hoe en of hij de trip naar La Mosquitio zal ondernemen. Als ik hem vertel dat ik met dezelfde gedachten rondloop, is de beslissing rap genomen... La Mosquitia staat gekend als een wild gebied, zonder faciliteiten die het leven voor de doorsnee toerist aanvaardbaar maken. Vermits we allebei niet de doorsnee toerist willen zijn, besluiten we samen de doortocht naar Nicaragua via La Mosquitia te wagen. De trip blijkt uiteindelijker gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar zeker de moeite waard...

Onder een prachtige blauwe hemel vertrekken we met de Ferry van 6.30u naar La Ceiba, op het vasteland. Vanuit La Ceiba nemen we de eerstvolgende bus naar Trujillo, een kuststadje dat naast een prachtig strand eigenlijk niet veel te bieden heeft, dus we brengen de rest van de dag door onder de palmen op het strand, met een Salva Vida in de hand...










De volgende dag brengen we (na twee uur hoopvol wachten op een bus, omdat niemand echt weet of en wanneer er een bus komt) een bezoek aan Santa Fe, een Garífuna dorpje op een uurtje rijden van Trujillo. Daar praten we hier en daar met de bewoners van het rustige dorpje. De sfeer is uiterst relaxt, temeer daar het zondag is. De Garífuna zijn de afstammelingen van slaven, uit Afrika overgebracht om te werken op de koffie- en bananenplantages van Honduras door de Engelsen, mensen met een pikzwarte huis dus, en daarom lijkt het ook alsof we ineens ergens in Afrika zitten...

Vanuit Trujillo nemen we de volgende dag de bus naar Corocito, een ruige stad waar de politie liever niet komt omdat het er zo gevaarlijk is... Vanuit de bus zijn we getuige van een lokale afrekening: op straat ligt een jongen naast zijn fiets in het bloed met een schotwonde in het hoofd... "Un altro!", horen we op de bus zeggen, weer eentje die om één of andere onzinnige reden wordt vermoord... Vanuit Corocito moeten we de bus nemen naar Iriona, het laatste punt aan de kust tot waar de (enigzins) berijdbare weg gaat. Na twee uur wachten in de brandende zon zijn we dan eindelijk op weg met een krakkemikkige bus. Vijf uur later staan we in Iriona, om van daaruit een lancha te nemen naar Palacios, het officiële beginpunt van La Mosquitia. Alweer twee uur wachten (het wordt een gewoonte), en we zitten op de boot. Vier uur lang vaart het kleine, overvolle schuitje met hoge snelheid langs de kust, hevig stampend op de golven, om ons dan te droppen in Palacios.




De volgende ochtend vertrekken we naar Belen, een klein dorpje op een uurtje of twee van Palacios. Van daaruit nemen we een pipante (een uitgeholde boomstam met een buitenboordmotor) naar Las Marias, het centrum van het natuurreservaat Rio Platano, één van de meest ongerepte natuurgebieden van Honduras, in het hart van de jungle. De bootrit in de pipante duurt ongeveer 6 uur, en kost 6000 Lempira (heen en terug), ongeveer 270 Euro (voor 2 personen), dat zijn twee maandlonen in deze streken... Maar de boottocht over de rivier Rio Platano doorheen het reservaat is prachtig. We zijn getuige van een hoop typische taferelen van het leven in La Mosquitia:

kinderen die in het water spelen,...

...een man die een cano maakt,...

...Garífuna die bananen vervoeren (de inspiratie voor Harry Belafonte?)...



Die avond in Las Marias overnachten we in een cabaña vol kakkerlakken, spinnen en muggen; de muskietennetten zijn zeker geen overbodige luxe. Verder is er in Las Marias geen electriciteit, behalve bij de leraar van het dorp die een zonnepaneel, een autobatterij en een 120 volt adapter heeft, zodat ik gelukkig nog de batterij van mijn camera kan opladen...

De dag erop doen we een trektocht doorheen het reservaat, waarbij we genieten van een prachtig zicht op Pico Damas, de hoogste bergtop in de buurt, allerlei beesten (witkopaapjes, rare libellen met gekleurde vleugeltippen en verschillende vogelsoorten waarvan ik de naam allang vergeten ben) en een welverdiende frisse duik in een kreekje... Wij zijn de eerste mensen die de trektocht naar Criquo Tira ondernemen sinds het zware hurricane-seizoen van 2005, met als gevolg dat het pad helemaal is overgroeid, en de oevers van de kreek volledig zijn geërodeerd. Er zou voordien ook een kleine waterval zijn geweest, maar die is volledig weggevaagd... Wie weet wat er binnen een tiental jaren van dit reservaat overblijft!



Bij onze terugkeer in Las Marias trakteert onze gids ons op een verse kokosnoot, zo van de boom geslaan met een stok... heerlijk!



De volgende etappe, na onze terugkeer in Belen de dag erna, is een vlucht naar Puerto Lempira, de grootste stad in La Mosquitia. Het vliegveld is niet meer dan een lange strook gras waarop kinderen voetballen, en een oficina dat bestaat uit een hut met een tafel, een radio en een kassa; meer moet dat niet zijn! Alweer kan niemand ons garanderen wanneer en of het vliegtuig ons dezelfde dag zal kunnen vervoeren... Drie uur later horen we het geronk van een twee-motorig vliegtuig, oef! Vanuit het vliegtuig hebben we een prachtig zicht op het reservaat en de rivier Rio Platano...

In Puerto Lempira gaan we op zoek naar een pick-up die ons de volgende dag naar Nicaragua moet voeren. Na tweemaal in de steek te zijn gelaten door chauffeurs die uiteindelijk niet komen opdagen, zijn we verplicht een tweede nacht in ons vies hostel in het doodse Puerto Lempira te verblijven... De volgende ochtend hebben we meer geluk, en kunnen we met Don Evaristo meerijden naar de grens. Vijf uur lang zitten we in de bak van de pick-up, en rijden we door een landschap dat niet verandert: denneboompjes op een verbrande ondergrond, nergens een teken van leven te bespeuren... En dan te bedenken dat Don Evaristo deze saaie tocht al jarenlang bijna dagelijks onderneemt! We komen uiteindelijk aan in Leimus, een minuscuul grensdorpje met nauwelijks 10 huizen, en een cafetaria. Daar vernemen we dat het verkiezingen zijn in Nicaragua, en dat er geen lanchas varen... Met de moed in de schoenen wachten we dan maar op een eventuele passerende boot, in de hoop mee te kunnen varen...

Gelukkig passeert er na drie uur wachten een pipante die ons voor een schappelijke prijs wil meenemen naar Waspan, een redelijk groot dorp, vanwaar we kunnen verder trekken naar Puerto Cabezas. Puerto Cabezas is de grootste havenstad aan de caraibische kust van Nicaragua, vanwaaruit we een bus naar de hoofdstad Managua (en dus de rest van de beschaafde wereld) kunnen nemen. Na een slapeloos nachtje op een bed zonder matras in een groezelig hostel in het anders wel gezellige Waspan vertrekken we met de bus naar Puerto Cabezas. Een zes uur durende rit, doorheen knalhetzelfde landschap als de rit met Don Evaristo... boring as hell! Maar goed dat mijn iPod opgeladen is, en mijn boek nog niet uit... Tijdens de rit valt de bus regelmatig stil, hetgeen onze overstap in Puerto Cabezas naar Managua danig in gevaar brengt. We arriveren uiteindelijk om kwart voor één 's middags in Puerto Cabezas, net op tijd om iets te eten en de bus van één uur naar Managua te halen! Op de bus horen we dat het een rit van 24 uur is naar Managua... Dat blijkt uiteindelijk waar te zijn, en de volgende dag om één uur stipt staan we shaken and stirred in Managua, na een werkelijk helse rit over onverharde wegen, stof dat doorheen de open ruiten van de bus naar binnen wordt geblazen, een brandende zon aan de hemel, verschrikkelijk luide en slechte smartlappen, over mi corazon en una mujer, die door de speakers knallen, met slechts twee luttele stopjes van een halfuur om iets te eten, en zonder één minuut slaap voor ondergetekende... een ware ervaring!



In Managua scheiden dan onze wegen na 8 dagen; Giacomo gaat naar Léon, en ik besluit naar Granada te trekken, in de richting van Costa Rica. Nog anderhalf bus alvorens ik eindelijk kan gaan slapen... Om vijf uur kom ik aan in Granada, alwaar ik het beste hotel binnen mijn budget opzoek om eens goed uit te rusten...

Sunday, February 26, 2006

Utila (Honduras) - diep...

Na de tempels het water... via Rio Dulce, Livingston en Puerto Barrios ben ik naar Honduras getrokken met het plan te gaan leren duiken. Na een hoop bussen en een boot verzeil ik in La Ceiba, tegen 20u zondagavond 19 februari. Daar heb ik mijzelf een nachtje in een crappy hotel teruggetrokken, om de volgende morgen de boot naar Utila te nemen. Dat is volgens de overlevering (en de Lonely Planet) het goedkoopste van de Bay Islands. Deze eilandengroep voor de Caraibische kust van Honduras zijn volgens die zelfde bronnen de goedkoopste en tevens een van de mooiste plekken in de Caraiben om te (leren) duiken. Na de dubbel zo duur en dubbel zo lang als verwachte bootreis wordt iedereen onthaald door een kudde dive-shop-zendelingen die volk proberen te lokken naar hun keet...

Alle duikcursussen zijn even duur, en het onderscheid ligt hem voornamelijk in de prijs, de conditie en de locatie van de bedden, en natuurlijk de uitstraling van het personeel. Op basis van die criteria ban ik dan bij Alton´s Dive Shop terechtgekomen... Een bende gezellige duikers van overal over de hele wereld, met goedkope slaapgelegenheid vlak aan het water, en een prachtig zicht op de baai (vooral bij avond hebben we een geweldig zicht). Na de inschrijving kan ik de dag zelf nog beginnen met de theorielessen. Olraait, dan maar weer op de schoolbanken...



Vier dagen, een aantal duiken in gesloten water (op het strand in de rustige baai, vlak voor mijn kamer) en vier duiken van 12 tot 18 meter later ben ik dan tot mijn groot plezier PADI-gecertifieerd duiker. Duiken is echt te gek, zeker als ge het niet moet leren in een of andere stinkende vijver of rivier in Belgie, of een zwembad waar ge alleen tegelkes kunt tellen... Nog enkele dives op vrijdag en een snorkelnamiddag (tijdens dewelke er ineens een rog naast zwemt), en dan zaterdagochtend op weg naar de Muskietenkust. Verder geeft onderstaande foto een goed beeld van hoe ik me hier voel (in ware Chriet Titulaar-stijl, omdat mijne zwembril anders lekt aan mijn snor), en in gedachten ben ik bij jullie :-)

El Mirador & Tikal (Guatemala) - historisch...

El Mirador & Tikal zijn twee grote Maya-sites in de jungle van de noordelijke provincie El Peten. Het grote verschil tussen de twee is dat El Mirador nog niet gerestaureerd is terwijl dat voor Tikal natuurlijk wel het geval is. Een ander, eerder logistiek, onderscheid is dat Tikal via bus of mini-bus bereikbaar is; El Mirador enkel door een tweedaagse trektocht door de Jungle. Ik heb eerst de trek naar El Mirador gedaan, om te zien hoe die tempels eruitzien voor dat ze helemaal terug ineengeknutseld worden.

Het beginpunt van de trek is het schiereiland Flores, een gezellig dorpje in het lago Peten Itza, dat via een brug verbonden is met het vasteland. De laatste nacht voor ik vertrek kan ik gelukkig nog een laatste warme douche nemen... In totaal komt de tocht neer op een soort expeditie van vijf dagen (2 dagen voor de heenreis, 1 dag rondleiding, en dan 2 dagen terug), met twee gidsen en vijf muilezels voor vijf personen. Naast mij en de twee gidsen (Anchel en Annibal) zijn er nog twee Italianen (Paulo en Marvit), een Alaskaan (Charles) en een Amerikaans-Indische (Kamala) betrokken.

Met goede moed, en na een autohaarknipsessie van mijnentwege, vertrekken we op maandag 13 februari om 5.00u vanuit Flores naar Carmelita, het uiterst noordelijk dorpje van Peten. Drie uur afzien in de mini-bus later worden de muilezels gepakt en de magen een laatste keer gevuld (alweer met ei en bonen; het nationale ontbijt).

De karavaan zet zich in beweging, met een prachtig zonneke aan de blauwe hemel... Vanaf dan is het recht de jungle in, 60 km langs modderpaden, door bossen over boomwortels en losse stenen struikelen doorheen het vochtige, broeierige regenwoud, met de koperen ploert als een hamer boven uwe kop, gelukkig verscholen achter een dik bladerdak... te gek!

Slapen en eten gebeurt echt in de natuur, op een hout- en langs een kampvuur, met de hangmatten en muskietennetten als slaapkamer aan de voet van een of andere Maya ruine, met op de achtergrond het gebrul van de brulapen en gekrets van een toekan... Na twee dagen vechten tegen de harde realiteit, bereiken we de site van El Mirador.

En nadat we een hele dag uitgekeken hadden op het "pequeño lago naturel donde se puede bañar!" bleek dat achteraf niet meer te zijn dan een redelijk onfrisse poel, van waaruit we een levend groen water konden scheppen om over ons uit te gieten met een kommeke... ook goed! Ik vraag mij alleen af waarom ik en de gidsen de enigen zijn die zich ermee hebben gewassen...





De tempels dan, die zijn feitelijk meestal niet als dusdanig te herkennen, het zijn eerder gigantische begroeide molshopen met aan één kant een soort trapke van houtjes... Er staan tientallen, misschien wel honderden, van die hopen verspreid over de hele site, die zo groot is als een kleine stad, we lopen er dan ook een hele halve dag rond. Op El Mirador bevind zich ook het hoogste bouwwerk dat de Maya´s ooit gebouwd hebben (voor zover men weet), de Dante groep. De grootste pyramide van El Mirador is El Tigre, en van bovenop is er een prachtig uitzicht over de jungle... een uitgestrekte groene zee is het, met hier en daar in de verte nog een andere tempel.

Verder worden er ook voortdurend allerlei zaken opgegraven, zoals potten en stenen speerpunten...

De volgende ochtend ben ik nog rap efkes bovenop El Tigre gekropen, om daar de zoveelste zonsopkomst mee te maken (samen met mijn ochtendvriend de vleermuis op de foto)...

Per toeval was er op dat moment in het westen juist de volle maan die ging slapen, mooi zo... toch fijn te weten éé van de slechts 500 tot 1000 mensen die jaarlijks de moeite doen om naar El Mirador te trekken...

Twee dagen later zijn we allemaal uitgeput maar gezond terug in Flores, en we komen die avond nog eens met zijn allen samen om eens goed te eten...


De volgende dag vertrek ik samen met Charles naar Tikal. Tegen 16.00u komen we aan op de site, en kunnen we nog een tweetal uren rondlopen tussen de prachtig blootgelegde en gerestaureerde tempels... We bedenken ons dat binnen twintig of dertig jaar El Mirador misschien ook zo uitnodigend en overweldigend zal overkomen...

We besluiten voor de verandering nog maar eens in hangmatten slapen (de goedkoopste overnachting rond de site van Tikal), en voor de verandering nog maar eens om 5:00 u opstaan om de tempels bij het ochtendgloren te kunnen aanschouwen. Onze gids Alfonso geeft ons een rondleiing van een halve dag doorheen het park, en iedereen hangt aan zijn lippen...

Nog interessanter en indrukwekkender was het omdat het nog steeds (zo goed als) volle maan was, en alles onder een zilveren nachtschijsel lag te blinken!

Toch fascinerend, die cultuur, met haar gruwelijke en onverklaarbare verhalen... en vooral de ruines spreken voor zich; vol ontzag aanschouwen we de tempels die door de jungle naar buiten piepen, tussen het baderdek vol apen en vogels door...

Onder de andere medetoeristen ook Hugo Bonjean, een opkomend schrijftalent uit Canada, maar afkomstig uit Antwerpen. Ik heb met hem en zijn gezin nog eens uitvoerig Vlaams kunnen praten, waarvoor dank, en zijne nieuwe boek natuurlijk ook gekocht... (betaling en commentaar volgen, Hugo!)

Thursday, February 23, 2006

Lago De Atitlan (Guatemala) - rustig...

Okee, na een korte onderbreking, hier dan het langverwachte vervolg van mijn verhaal... De volgende halte in Guatemala was Lago De Atitlan, een meer in de krater van een grote vulkaan... Aan de rand van het meer liggen een aantal pittoreske dorpjes, de meest bekende (en touristische) zijn Panajachel (locals noemen het ook wel eens Gringotenango...) en San Pedro (overvol met moderne hippies), dus ben ik maar ineens naar het minst toeristische dorp getrokken, San Juan.

Met een lancha (watertaxi) een halfuurtje over het meer gesjeezd, om dan aan te meren in dit rustige dorpje. Het hotel (in tegenstelling tot wat er op de trap staat geschreven) was hemels: voor 3 Euro een kamer voor mij alleen, met gedeelde douches en een keuken... De eerste dag heb ik wat rondgezwommen tussen de plonten in het meer, en daarna goed uitgeslapen, en de twee dag ben ik met een bende europeanen (2 Italianen, een Zweede en een Brit) la Nariz opgeklommen.
Dat is het topje van de neus van een van de bergflanken van het meer, die de vorm heeft van een gezicht dat naar boven kijkt. Het was niet al te slim van ons, maar we hebben de drie uur durende klim ondernomen op het heetst van de dag (tussen 10 en 13u), met als gevolg dat we druipend van het zweet boven op de berg arriveerden, en ons daar een half uurtje te rusten hebben gelegd.
Het uitzicht over het meer was beestig van daarboven...
En daarna in een soort downhill-kamikaze stijl naar beneden gespurt (op een uurtje waren we beneden...) en een frisse, verse annanas naar binnen gestoken om de dorst te lessen! Nog nooit zo'n verfrissend stuk fruit gegeten...

Daarna was het tijd om de honger te stillen: vermits er een keuken was in mijn hotel vond ik dat het tijd was om nog eens iets te koken. Na een kwartiertje rondzoeken in het dorp had ik voor 20 Quetzales (ongeveer 2 euro) een verse vis van een halve kilo, een paar patatten, limoenen en wat look, chili en koriander, een fles olie en een stuk brood.
Genoeg voor een fantastisch feestmaal!

Die nacht dan nog iets gaan drinken in San Pedro met mijn Italiaanse trekmaatjes van de dag, om dan de volgende ochtend te vertrekken naar El Peten.

Thursday, February 09, 2006

Tajumulco (Guatemala) - hoog...

Na vijf dagen Spaans (ik heb een half schrift volgeschreven met Spaanse woorden en vervoegingen) was het dan tijd oor een andere uitdaging: op het dak van Centraal Amerika gaan zitten. De Tajumulco is de hoogste vulkaan, en ineens ook het hoogste punt van Centraal Amerika, en ligt op 50 km van Xela. In praktijk komt dat neer op 3 uur chicken bus...

Een chicken bus is een meestal overvolle, in allerlei kleuren geschilderde, oude amerikaanse schoolbus, waarmee dikwijls ook handelswaren voor de lokale markten (vaak kippen, vandaar de naam) worden vervoerd. Telkens weer een ervaring op zich!

Swat, na drie uur rammelen in de bus is het dan tijd om met een rugzak vol proviand en slaapgerief de berg op te trekken. Vier uur doorstappen en zweten en doorstappen en zweten en doorstappen en zweten later staan we op een honderdmeter van de top, en maken we ons kampement en ons avondmaal (nog nooit smaakte oploskoffie, oplossoep en oplosmelk mij zo goed...). De top houden we voor de volgende ochtend, om er de zonsopgang mee te maken. Na een nacht om en bij het vriespunt staan we tegen 5 uur op om te beginnen aan de laatste klim naar de top...

Maar de beloning rond 6 uur is prachtig! In het oosten de zon die komt piepen...
...iets meer naar het zuiden de vulkaan Santeguito die een wolkje spuit...
... in het westen de schaduw van de vulkaan waar we op staan tegen de mist en de vulkaan Tacana (op de grens met Mexico)...
... en in het Noorden de bewoonde wereld (of toch een paar kleine dorpjes aan de voet van de vulkaan) die net zichtbaar is vanonder de wolken... beestig!

Bij het afdalen worden we nog even geconfronteerd met de pracht èn de macht van de natuur. De witte strepen op de bergflanken zijn overblijfselen van de water- en modderstromen, veroorzaakt door de hurricane Stan, die in oktober 2005 in heel Centraal Amerika 1000 tot 2000 doden heeft geëist...

Xela (Guatemala) - echt...

Oef, na twee weken Mexico, eindelijk in Guatemala geraakt. De overtocht was vrij eenvoudig, de verschillen subtiel... Zo rijdt in Mexico bijna iedereen met een Nissan, in Guatemala is dat een Toyota; de Guatemaltecen zijn over het algemeen iets meer open en praatgraag, terwijl Mexicanen eerder verdacht en onzeker overkomen... Tijdens mijn eerste halte in Guatemala heb ik een broodnodige cursus Spaans gevolgd in de stad Quetzaltenango (die ik voor de gemakkelijkheid verder Xela zal noemen, zoals de Maya´s en alle andere Guatemaltecen dat doen). Alhoewel ik al redelijk mijne plan kon trekken is het nu toch interessant om een beetje in de verleden en de toekomstige tijd te kunnen praten...

Ik heb een week ingewoond in het gezin van Dulce en José Carlos Farfan, en hun inwonende huisvriend Oscar, terwijl ik elke morgen van 8.00u tot 13.00u les volgde in de school Sakribal.

Het uitzicht vanuit mijn kamer is het typische uitzicht van alle steden die ik tot nu toe gezien heb: een kluwen van plaatstaal, beton, krakkemikkige electriciteitsdraden en wasdraden op een achtergrond van prachtige natuur (in het geval van Xela enkele indrukwekkende vulkanen)

Xela bleek verder een gezellige, rustige en ongevaarlijke stad, waaraan ik fijne herinneringen overhou. Links de vulkaan Santa Maria tegen de avond...
... een gebouw van de bank op het centraal park...
... een typisch straatje van Xela ...
... en het theater by night.

Tuesday, January 31, 2006

Chiapas (Mexico) - coloniaal touristisch...

12 uren nachtbus later bevind ik me dan ineens in de grensprovincie Chiapas, meer bepaald in de hoofdstad San Cristobal De Las Casas. Het centrum van dit coloniaal bergstadje (op 2100 meter boven de zeespiegel) is volledig opgebouwd uit prachtig gekleurde huisjes, kerkjes en pleintjes, mooi gerangschikt op een rooster van smalle straatjes. San Cristobal staat ook bekend als thuishaven van de Zapatisten, een guerilla-beweging die sinds 1994 opkomt voor de rechten van de indogene bevolking in de streek. Tot over enkele jaren pleegde die bende regelmatig geweldadige acties of overvallen (onder andere op touristen...), maar de laatste jaren houden ze het bij het verspreiden propaganda en infomatie (hun immer gemaskerde en pijprokende leider Marcos is op dit moment bezig met vreedzame tournee doorheen Mexico, om te pleiten voor hun zaak). Genoeg politiek... San Cristobal is dus echt wel een mooie stad, veel minder vuil dan de gemiddelde Mexicaanse stad die ik heb gezien, en ook veel rustiger. Twee dagen lang heb ik me als een echte tourist gedragen, tis te zeggen: musea bezoeken en meedoen met daguitstappen met een minibusje vol Amerikanen en Europeanen met een camera en een reisgids in de hand.

Zo heb ik ondermeer de (bijna obligate) ruines van Palenque bezocht: om 6 uur 's morgens vertrekken, 4 uren in de minibus doorheen de bergen en dan 3 uur in de broeierige hitte van het regenwoud rondwandelen in die geweldige stad van de Maya's. En natuurlijk kon ik het niet laten elke toegankelijke tempel te beklimmen... op het einde van de dag was ik helemaal kapot, maar het was zeker en vast de moeite waard.

De volgende morgen weer fris en monter uit de veren voor een indrukwekkende bootrit in de Cañon del Sumidera: met 10 man in een speedboot (200 pk achterop een plastieken schuit, dat gaat vooruit!) tussen de krokodillen en gieren sjeezen, met aan beide kanden kliffen tot 1000 meter hoog (yes 1 kilometer recht omhoog, that is!), beestig!

In de avond dan nog even gepasseerd in het plaatselijk Amber-museum; Chiapas is wereldbekend omwille van haar amber, dat ook al in de tijd van de prehispanische culturen een belangrijke rituele en commerciële rol speelde (zoals ook Jade, trouwens). Het amber uit Chiapas is 20 tot 40 miljoen jaar oud, gefossiliseerd sap van de Guapinol-boom, met hier en daar nog een prehistorisch vliegske dat juist aan het eten was erin... mooi...

Thursday, January 26, 2006

Puerto Angel (Mexico) - relaxt...

Na de geflipte avonturen met Carlos, was het dus hoog tijd om een beetje te relaxen, en dat heb ik dan ook uitgebreid gedaan... In mijn hotelleke in Puerto Angel heb ik drie belgen leren kennen, een koppel uit Lummen (Greet en Joeri Mertens) en een Waal die in Brussel woont (Arnaud). Met zijn vieren hebben we genoten van de zon, de zee, het strand en het eten in Puerto Angel, maar ook van het gezaag en gemekker van de huisbazin, annex dorpsheks, en haar stinkend huisdier, een kale chihuahua met vlooien.

De eerste dag aan het strand heb ik mij al direct laten aanbranden op het idyllische strandje Playa Estacahuite, een echt snorkel- en vissersparadijsje. Op het kleine strandje woont een familie, waarbij we de ganse dag hebben rondgehangen. De moeder heeft voor ons lekkere goedkope maaltijden klaargemaakt (verse vis en inktvis met the usual: limoen, chili-saus, tortillas en een frisse Corona), terwijl vader en zoon ons meenamen in hun bootje om de netten uit te gooien.

Elke dag gaan die twee vissen, en halen ze (naar eigen zeggen) tussen de 500 en 1000 kilo vis uit het water, met drie grote netten. De vis wordt verkocht en een deel dient om het gezin eten te geven. Iedere dag eten die mensen hun zelfgevangen vissen, en ongeveer éénmaal per maand komt er vlees op tafel...

Maar gelukkig zijn ze wel, die strandmexicanen, en als ze hun huisje kunnen houden dan zitten ze over tien jaar op financiële rozen; vlak naast hun eigendom is de familie Coca-Cola op dit moment namelijk ook aan het bouwen, en het toerisme is pas nu goed op gang aan het komen.


De volgende dag zijn we met zijn vieren vertrokken vanuit Puerto Angel, naar het nabijgelegen beach-resort Zipolito, bij nader inzien niet zo'n geweldige keuze wegens vergeven van de touristen (Canadezen, Amerikanen, Zweden maar geen Mexicanen, in tegenstelling tot Estacahuite en Huatulco) en wegens slechte accomodatie, ons aangesmeerd door de heks van het hotel in Puerto Angel (geen water, geen bed, enkel een matras en een hangmat, en daarvoor nog 2€ moeten betalen :). Wel een prachtige oceaanbranding met metershoge krachtige golven en een zonsondergang en -opkomst die zo op de postkaarten kan...

zonsondergang om 18.00u...










...en zonsopkomst om 06.00u.










Een paar uren later scheiden onze wegen, en gaat ieder zijn eigen weg verder... Adios los Belgicos, en op naar San Christobal De Las Casas!

Monday, January 23, 2006

Oaxaca (Mexico) - geflipt...

Gegroet, vrienden in het verre koude belgië, hier ben ik eindelijk weer met een update vanuit Mexico. Yep, ik ben dus nog niet uit het land geraakt... Mexico valt mij gewoon zo hard mee, dat ik hier nog wat ben blijven hangen, en nog wel een weekske zal blijven hangen. Ik zit nu in Puerto Angel, een piepklein vissersdorpje vlakbij de badstad Huatulco aan de Oceano Pacifico, waarin ik vandaag al menig uurtje heb liggen dobberen en snorkelen tussen de koralen... Ongeloofelijk hoe schoon en met hoeveel de vissen hier zijn (ne snorkel en zwembril huren is hier zeker geen overbodige luxe, eerder de essentie!). Spijtig dat ik daar voorlopig geen foto's van kan nemen...

Maar soit, hoe ik hier geraakt ben is veel interessanter... Vanuit Mexico City heb ik vijf dagen geleden de bus naar Oaxaca genomen (een tip van Marc, bevestigd door de Mexicaan in het vliegtuig, en nu ook door mij zwaar aanbevolen). Oaxaca is hoofdstad van de gelijknamige provincie tussen Mexico City en Chiapas, met een prachtige koraalkust aan de Stille Oceaan.

Vlakbij de stad Oaxaca ligt Monte Alban, de vroegere prehispanische hoofdstad van de Zapoteken, ontstaan rond 600 voor Christus. De voor 50% gereconstrueerde ruïnes liggen op de top van één van de bergen rond Oaxaca. In een van de tombes van Monte Alban zijn echte schatten (met veel goud en jade) gevonden, die gelukkig niet door de Spanjolen zijn meegenomen. De Zapoteekse cultuur is rond 800 ineengestort, waarschijnlijk door interne revoluties van het gewone volk tegen hun almachtige, halfgoddelijke leiders...

De tweede dag in Oaxaca heb ik een hoogst interessante Mexicaan leren kennen: Carlos Zárate, een artiest/klusjesman die Oaxaca als geen ander kent... Hij heeft me aangeboden om een volkomen op maat gesneden "eco-tour" doorheen zijn favoriete streek te geven. Zonder een peso in zijn zakken zijn we dan op vierdaagse getrokken, waarbij ik de auto moest huren, en het eten in de verschillende typische restaurantjes (ècht Mexicaans eten is gewoon fantastisch, leve de chili´s!) moest betalen. Overnachtingen heeft hij geregeld. Man, dat was me een belevenis.

De details zijn voor later, maar enkele hoogtepunten waren zeker de rit van de eerste dag, doorheen de geweldige natuur van Oaxaca, waar honderden plantensoorten (onder andere cactussen en bomen) uniek in de wereld zijn...

...en de
daarop
volgende
schitterende
nacht in
het bergdorpje Huautla in de mistige bergtoppen (wat mij op het eerste zicht verraste, maar achteraf gezien wel verstaanbaar is, is dat de halve maan hier niet de vorm van een ")" of een "(" heeft, maar eerder een soort lachende mond is, dus een beetje zoals een "U", of omgekeerd natuurlijk)...,

...een (voor mij en Carlos) verschrikkelijk vermoeiende, 6 uur durende bergtocht in de buurt van Jalape De Dios, onder leiding van twee geflipte bewoners van de bergen in de buurt van Tuxtepec, waar we een aantal skeletten hebben ontdekt
(yep, echte, volledige, onaangeroerde, hoogst waarschijnlijk prehispanische skeletten met doodskoppen en hopen potscherven in een grot met vleermuizen),...

...een negen uur durende nachtelijke rit doorheen de provincie (ter info: snelwegen, wegmarkeringen en straatverlischting zijn hier zeer zeldzaam; putten, bochten en wegverschuivingen des te talrijker...), vanuit Tuxtepec naar de prachtige kuststad Huatulco, waar we bij aankomst om 6u 's morgens 3 uurtjes hebben geslapen in een hangmat op het strand, om dan tegen 9u een plons te nemen in het glasheldere water, en om 11 uur een goddelijk Mexicaanse vissoepke con limon y agua de naranja naar binnen te spelen!

Vandaag heb ik (met een klein beetje pijn in het hart) afscheid genomen van mijn persoonlijke gids Carlos, en morgen blijf ik nog efkes relaxen in Puerto Angel, om daarna, goed uitgerust, mijn tocht verder te zetten. ¡Hasta luego amigos!

Tuesday, January 17, 2006

Mexico City - groot...

¡Ola! Hier ben ik dan, veilig en wel geland in de gigantische metropool Mexico City; met meer dan 20 miljoen inwoners een van de grootste, zoniet de grootste stad ter wereld. De eerste avond ben ik in mijn hotel gecrasht, wegens een chronisch slaapgebrek: donderdagnacht tot in de ochtend gedronken (thanks lieve vrienden voor het uitzuipen van ondergetekende, en voor de handige geschenken) en bij mijn lieve broertje op de zetel in slaap gevallen, om vrijdag de hele dag met een kater rond te lopen... vrijdagnacht 2 uurtjes geslapen wegens allerlei verwikkelingen en slechte voorbereiding (sorry mam, voor de slechte nachtrust), en tenslotte een vlucht van 13 uur vanuit Madrid, tijdens dewelke ik geenenkel oog heb dicht gedaan (dankuwel kleine onvermoeibare Sebastian).

Maar twas de moeite waard... Ik heb 12 geslapen, in een zacht bed, na een heerlijke mexicaanse pollo mole en een marguerita, in mijn hotel vlak aan het Zocalo plein (volgens mijn buur in het vliegtuig het derde grootste stadsplein, na Tien An Men en het Rode Plein) met daarop de grootste kathedraal van Latijns-Amerika.

De volgende ochtend fris en monter opgestaan (als ontbijt een pittige fruitsla met appel, limoen en chilipoeder gegeten) en de dag doorgebracht in Chapultepec, een gigantisch bos in het midden van de stad; blijkbaar alweer een record: dit zou het grootste stedelijke groenzone ter wereld zijn, met daarin verspreid een dierentuin, een meer en een aantal indrukwekkende musea... Onder andere het Nationaal Antropologisch Museum, waar ik meer dan drie uur heb rondgelopen (en dan nog niet alles heb kunnen checken) en met een overdosis informatie over de de Maya, de Mexica en hun tientallen goden en heersers met onuitspreekbare namen ben buitengewandeld...

Monday, January 09, 2006

Plan A

In tegenstelling tot Lieven & Natalie en een beetje zoals Tim & Michelle heb ik een Plan A, maar dat zal ongetwijfeld niet ongewijzigd blijven... Ruwweg komt het neer op de volgende trip over drie maanden (niet elk land zal ik uitgebreid kunnen checken, misschien dat ik er zelfs enkel boven vlieg of voorbij vaar):
14/01 - 31/01 Mexico - Guatemala - Belize
01/02 - 19/02 Honduras - Costarica - Panama
20/02 - 28/02 Venezuela
01/03 - 30/03 Caraiben
01/04 - 13/04 Cuba
14/04 - ... Home Sweet Home Runkst (Gunther, be prepared)!

Tuesday, December 13, 2005

Voorbereidingen

Damned, nog ne hoop te regelen en doen, alvorens ik kan vertrekken:
- inentingen tegen tetanus, typhus, hepatitis en gele koorts
- de juiste kleren kopen
- de reis een beetje plannen
- laatste Fence repetitie in de gelatines
- Shovels mix-sessie bij Frans
- afscheid nemen van de homies
- inpakken
- niks vergeten

waarvan mijn zelfkennis zegt dat het laatste waarschijnlijk het moeilijkste zal zijn...