Zoals gezegd, op naar La Mosquitia (oftewel the Mosquito Coast, oftewel de Muskietenkust)! De naam komt niet van de ambetante beestjes die daar even welig tieren als in de rest van Centraal Amerika, maar van haar inwoners, de Misquita (misschien dat zij hun naam wel ontlenen aan voorgenoemde beestjes, daarover heb ik geen uitsluitsel). Op de voorlaatste dag van mijn verblijf op Utila kom ik Giacomo "Peter" Prete tegen op de straat, één van het groepje waarmee ik aan Lago de Atitlan La Nariz heb beklommen (trouwens een echte Italiaanse pizzero!). Hij loopt te peinzen over hoe en of hij de trip naar La Mosquitio zal ondernemen. Als ik hem vertel dat ik met dezelfde gedachten rondloop, is de beslissing rap genomen... La Mosquitia staat gekend als een wild gebied, zonder faciliteiten die het leven voor de doorsnee toerist aanvaardbaar maken. Vermits we allebei niet de doorsnee toerist willen zijn, besluiten we samen de doortocht naar Nicaragua via La Mosquitia te wagen. De trip blijkt uiteindelijker gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar zeker de moeite waard...

Onder een prachtige blauwe hemel vertrekken we met de Ferry van 6.30u naar La Ceiba, op het vasteland. Vanuit La Ceiba nemen we de eerstvolgende bus naar Trujillo, een kuststadje dat naast een prachtig strand eigenlijk niet veel te bieden heeft, dus we brengen de rest van de dag door

onder de palmen op het strand, met een Salva Vida in de hand...

De volgende dag brengen we (na twee uur hoopvol wachten op een bus, omdat niemand echt weet of en wanneer er een bus komt) een bezoek aan Santa Fe, een Garífuna dorpje op een uurtje rijden van Trujillo. Daar praten we hier en daar met de bewoners van het rustige dorpje. De sfeer is uiterst relaxt, temeer daar het zondag is. De Garífuna zijn de afstammelingen van slaven, uit Afrika overgebracht om te werken op de koffie- en bananenplantages van Honduras door de Engelsen, mensen met een pikzwarte huis dus, en daarom lijkt het ook alsof we ineens ergens in Afrika zitten...
Vanuit Trujillo nemen we de volgende dag de bus naar Corocito, een ruige stad waar de politie liever niet komt omdat het er zo gevaarlijk is... Vanuit de bus zijn we getuige van een lokale afrekening: op straat ligt een jongen naast zijn fiets in het bloed met een schotwonde in het hoofd... "Un altro!", horen we op de bus zeggen, weer eentje die om één of andere onzinnige reden wordt vermoord...

Vanuit Corocito moeten we de bus nemen naar Iriona, het laatste punt aan de kust tot waar de (enigzins) berijdbare weg gaat. Na twee uur wachten in de brandende zon zijn we dan eindelijk op weg met een krakkemikkige bus. Vijf uur later staan we in Iriona, om van daaruit een lancha te nemen naar Palacios, het officiële beginpunt van La Mosquitia.

Alweer twee uur wachten (het wordt een gewoonte), en we zitten op de boot. Vier uur lang vaart het kleine, overvolle schuitje met hoge snelheid langs de kust, hevig stampend op de golven, om ons dan te droppen in Palacios.

De volgende ochtend vertrekken we naar Belen, een klein dorpje op een uurtje of twee van Palacios. Van daaruit nemen we een pipante (een uitgeholde boomstam met een buitenboordmotor) naar Las Marias, het centrum van het natuurreservaat Rio Platano, één van de meest ongerepte natuurgebieden van Honduras, in het hart van de jungle. De bootrit in de pipante duurt ongeveer 6 uur, en kost 6000 Lempira (heen en terug), ongeveer 270 Euro (voor 2 personen), dat zijn twee maandlonen in deze streken... Maar de boottocht over de rivier Rio Platano doorheen het reservaat is prachtig. We zijn getuige van een hoop typische taferelen van het leven in La Mosquitia:

kinderen die in het water spelen,...

...een man die een cano maakt,...

...Garífuna die bananen vervoeren (de inspiratie voor Harry Belafonte?)...

Die avond in Las Marias overnachten we in een cabaña vol kakkerlakken, spinnen en muggen; de muskietennetten zijn zeker geen overbodige luxe. Verder is er in Las Marias geen electriciteit, behalve bij de leraar van het dorp die een zonnepaneel, een autobatterij en een 120 volt adapter heeft, zodat ik gelukkig nog de batterij van mijn camera kan opladen...

De dag erop doen we een trektocht doorheen het reservaat, waarbij we genieten van een prachtig zicht op Pico Damas, de hoogste bergtop in de buurt, allerlei beesten (witkopaapjes, rare libellen met gekleurde vleugeltippen en verschillende vogelsoorten waarvan ik de naam allang vergeten ben)

en een welverdiende frisse duik in een kreekje... Wij zijn de eerste mensen die de trektocht naar Criquo Tira ondernemen sinds het zware hurricane-seizoen van 2005, met als gevolg dat het pad helemaal is overgroeid, en de oevers van de kreek volledig zijn geërodeerd. Er zou voordien ook een kleine waterval zijn geweest, maar die is volledig weggevaagd... Wie weet wat er binnen een tiental jaren van dit reservaat overblijft!

Bij onze terugkeer in Las Marias trakteert onze gids ons op een verse kokosnoot, zo van de boom geslaan met een stok... heerlijk!


De volgende etappe, na onze terugkeer in Belen de dag erna, is een vlucht naar Puerto Lempira, de grootste stad in La Mosquitia. Het vliegveld is niet meer dan een lange strook gras waarop kinderen voetballen, en een oficina dat bestaat uit een hut met een tafel, een radio en een kassa; meer moet dat niet zijn! Alweer kan niemand ons garanderen

wanneer en of het vliegtuig ons dezelfde dag zal kunnen vervoeren... Drie uur later horen we het geronk van een twee-motorig vliegtuig, oef! Vanuit het vliegtuig hebben we een prachtig zicht op het reservaat en de rivier Rio Platano...

In Puerto Lempira gaan we op zoek naar een pick-up die ons de volgende dag naar Nicaragua moet voeren. Na tweemaal in de steek te zijn gelaten door chauffeurs die uiteindelijk niet komen opdagen, zijn we verplicht een tweede nacht in ons vies hostel in het doodse Puerto Lempira te verblijven... De volgende ochtend hebben we meer geluk, en kunnen we met Don Evaristo meerijden naar de grens. Vijf uur lang zitten we in de bak van de pick-up, en rijden we door een landschap dat niet verandert: denneboompjes op een verbrande ondergrond, nergens een teken van leven te bespeuren...

En dan te bedenken dat Don Evaristo deze saaie tocht al jarenlang bijna dagelijks onderneemt! We komen uiteindelijk aan in Leimus, een minuscuul grensdorpje met nauwelijks 10 huizen, en een cafetaria. Daar vernemen we dat het verkiezingen zijn in Nicaragua, en dat er geen lanchas varen... Met de moed in de schoenen wachten we dan maar op een eventuele passerende boot, in de hoop mee te kunnen varen...

Gelukkig passeert er na drie uur wachten een pipante die ons voor een schappelijke prijs wil meenemen naar Waspan, een redelijk groot dorp, vanwaar we kunnen verder trekken naar Puerto Cabezas. Puerto Cabezas is de grootste havenstad aan de caraibische kust van Nicaragua, vanwaaruit we een bus naar de hoofdstad Managua (en dus de rest van de beschaafde wereld) kunnen nemen. Na een slapeloos nachtje op een bed zonder matras in een groezelig hostel in het anders wel gezellige Waspan vertrekken we met de bus naar Puerto Cabezas.

Een zes uur durende rit, doorheen knalhetzelfde landschap als de rit met Don Evaristo... boring as hell! Maar goed dat mijn iPod opgeladen is, en mijn boek nog niet uit... Tijdens de rit valt de bus regelmatig stil, hetgeen onze overstap in Puerto Cabezas naar Managua danig in gevaar brengt. We arriveren uiteindelijk om kwart voor één 's middags in Puerto Cabezas, net op tijd om iets te eten en de bus van één uur naar Managua te halen! Op de bus horen we dat het een rit van 24 uur is naar Managua... Dat blijkt uiteindelijk waar te zijn, en de volgende dag om één uur stipt staan we shaken and stirred in Managua, na een werkelijk helse rit over onverharde wegen, stof dat doorheen de open ruiten van de bus naar binnen wordt geblazen, een brandende zon aan de hemel, verschrikkelijk luide en slechte smartlappen, over mi corazon en una mujer, die door de speakers knallen, met slechts twee luttele stopjes van een halfuur om iets te eten, en zonder één minuut slaap voor ondergetekende... een ware ervaring!

In Managua scheiden dan onze wegen na 8 dagen; Giacomo gaat naar Léon, en ik besluit naar Granada te trekken, in de richting van Costa Rica. Nog anderhalf bus alvorens ik eindelijk kan gaan slapen... Om vijf uur kom ik aan in Granada, alwaar ik het beste hotel binnen mijn budget opzoek om eens goed uit te rusten...